Omdat "Petanque" een onderdeel is van het Franse "Jeu de Boules"
willen we u een aantal van de franse termen meegeven.

Avant le point:

Het dichts bij het but liggen, in het Nederlands ook wel "op punt liggen" genoemd.

Bâtard:

Een punt dat niet goed, maar ook niet slecht is. De tegenstander twijfelt of hij de boule zal wegschieten.

Biberon:

Boule en but liggen tegen elkaar.

Boule:

Stalen bal waarmee gespeeld wordt. Doorsnee tussen de 7 en 8 cm, gewicht tussen de 650 en 800 gram.

Boules-baan:

Minimale afmeting 12 x 3 meter, bij belangrijke toernooien minstens 15 x 4 meter.

Bouledrome:

Overdekt boules-terrein.

But:

Houten balletje (cochonnet of 't varkentje) waar je de boules zo dicht mogelijk naartoe moet gooien.

Carreau:

De perfecte worp. Een boule van de tegenstander zó raken dat jouw boule zijn plaats inneemt.

Cochonnet:

Andere naam voor but.

Fanny:

De uitdrukking 'De billen van Fanny kussen' wordt gebruikt wanneer een equipe met 13-0 heeft verloren. Volgens een legende uit de negentiende eeuw liet de Franse Fanny Dubraiand uit Lyon tegen betaling haar billen zien aan de verliezers....?

Jouer:

(Spelen) Tireren of Pointeren.

Mène: 

Een werpronde (een partij bestaat uit een aantal mènes).

Milieu: 

Speler die zowel kan 'plaatsen' als 'schieten'.

Petanque:

Letterlijk: Met gesloten voeten. In Nederland wordt vaak gesproken over Jeu de Boules als men Petanque bedoelt.

Pointer:

De boule zo dicht mogelijk naar het but laten rollen.

Pointeur:

Speler die zijn boules zo dicht mogelijk plaatst.

Portée:

De boule met een grote boog werpen. Een demi-portée is hetzelfde , maar dan een kleinere boog.

Stries:

Groeven in de boule. Hoe meer groeven, des te sneller de bal tot stilstand komt.

Tirer:

De boule van een ander wegschieten.

Tirer 'au fer':

Een boule in één keer op de boule van de tegenstander werpen. (ijzer op ijzer)

Tireur:

Speler die de boules van de tegenstander wegschiet.